Onderwerp: Hogere eiwitinname en knijpkracht bij postmenopauzale vrouwen
Wat dit betekent
Ja, maar het verband is klein: vrouwen met een hogere eiwitinname hadden gemiddeld een iets hogere knijpkracht (SMD 0,15; 95% BI 0,10 tot 0,20).
C · Voorzichtig interpreteren. Beperkt, wisselend of moeilijk vertaalbaar bewijs. Bruikbaar als richting, niet als regel.
Zeven studies met samen 8.922 postmenopauzale vrouwen lieten zien dat een hogere eiwitinname samenhangt met een hogere knijpkracht (SMD 0,15; 95% BI 0,10 tot 0,20; I² = 6%) vergeleken met een lagere eiwitinname. In dezelfde groep werd ook een lagere body mass index gezien (SMD −0,43; 95% BI −0,68 tot −0,18), al was de heterogeniteit daar hoog (I² = 90%). Voor leeftijd was er geen significant verschil.
Postmenopauzale vrouwen.
Zeven studies met samen 8.922 vrouwen.
Dit is een samenhang en geen bewijs van oorzaak en gevolg: het onderliggende onderzoek is observationeel.
Knijpkracht wordt vaak gebruikt als eenvoudige maat voor algehele spierkracht. Dit onderzoek verandert niets aan de bestaande afspraken over eiwitinname, maar het ondersteunt ze wel bij een groep waar in de bibliotheek nog weinig over stond.
Systematische review met meta-analyse van observationeel onderzoek
Het gaat om observationeel onderzoek, beoordeeld met de Newcastle-Ottawa-schaal: er is een samenhang gevonden, geen oorzakelijk verband. Het verband is bovendien klein, en bij de body mass index was de heterogeniteit tussen studies hoog.
Deze informatie is algemene educatie over wetenschappelijk onderzoek. Ze is geen persoonlijk medisch advies en vervangt geen diagnose of behandeling door een arts of andere zorgprofessional. Heeft u klachten, een aandoening of gebruikt u medicatie, overleg dan eerst met uw huisarts of behandelaar voordat u uw training of voeding aanpast.