Voeding
B · Redelijk vertrouwenNieuw deze rondeHelpt creatine bij krachttraining na uw zestigste?
Originele titel: Creatine naast krachttraining bij 60-plussers: kracht, spiermassa en fysiek functioneren
Wat dit betekent
Een beetje: de krachttoename valt met creatine iets hoger uit (g = 0,31), maar voor spiermassa en dagelijks functioneren is geen aantoonbaar verschil gevonden.
Yao L, Yang D, Gao J · 2026 · Frontiers in Nutrition 13:1919884
Wat betekent deze rating?
Een goede systematische review met kanttekeningen, of consistente aanwijzingen met beperkte omvang.
Bevindingen
Elf gerandomiseerde studies vergeleken krachttraining mét creatine met krachttraining zónder creatine bij volwassenen van 60 jaar en ouder. Creatine gaf een kleine maar duidelijke extra toename in spierkracht (g = 0,31; 95% BI 0,18 tot 0,45), met volgens GRADE een redelijke zekerheid van bewijs. De gebundelde effecten op spiermassa (g = 0,35; 95% BI −0,09 tot 0,78) en op fysiek functioneren (g = 0,47; 95% BI −0,08 tot 1,03; p = 0,086) waren niet statistisch significant, met een lage respectievelijk zeer lage zekerheid.
Voor wie geldt dit
Over het algemeen gezonde volwassenen van 60 jaar en ouder die krachttraining doen. Niet onderzocht bij kwetsbare of sarcopene ouderen.
Omvang van het onderzoek
Elf gerandomiseerde studies, samengebracht in een drieniveau-meta-analyse.
Waar u op moet letten
De extra winst is klein en geldt alleen voor kracht. Voor spiermassa en fysiek functioneren was de zekerheid van het bewijs laag tot zeer laag.
Praktische conclusie voor REZA
Dit sluit aan bij wat de bibliotheek al liet zien voor jongere sporters, en maakt het beeld voor 60-plussers scherper: de winst zit in de kracht, en die winst is bescheiden. De training zelf blijft het werkzame deel; creatine is hoogstens een aanvulling daarop.
Methode en bronvermelding bekijken
Methodologie
Systematische review met drieniveau-meta-analyse van gerandomiseerde studies
Beperkingen
De auteurs schrijven uitdrukkelijk dat de bevindingen niet zonder meer gelden voor kwetsbare, sarcopene of functioneel beperkte ouderen. Dosis, laadfase, duur van de interventie, trainingsfrequentie, trainingsintensiteit, geslacht en meetlocatie verklaarden de verschillen tussen studies niet.
Originele bron
DOI: 10.3389/fnut.2026.1919884 · PMID: 42712402
Bekijk op PubMed →