Onderwerp: Hoe langzaam moet een herhaling? Repetitietempo en spiergroei
Wat dit betekent
Nauwelijks: sneller en langzamer tillen leverden vergelijkbare spiergroei op, met een triviaal verschil van 0,09 (95% geloofwaardigheidsinterval −0,04 tot 0,22).
B · Redelijk vertrouwen. Een goede systematische review met kanttekeningen, of consistente aanwijzingen met beperkte omvang.
Veertien studies vergeleken een langzamer tempo (1,7 tot 4,5 seconden per herhaling, gemiddeld ongeveer 3,5 seconde) met een sneller tempo (0,3 tot 2 seconden, gemiddeld ongeveer 1 seconde), waarbij alle overige trainingsvariabelen gelijk waren gehouden. Binnen de groepen groeiden beide vergelijkbaar (sneller 0,43; 95% CrI 0,29 tot 0,58 en langzamer 0,34; 95% CrI 0,22 tot 0,47). Het onderlinge verschil was triviaal en viel licht in het voordeel van sneller uit (0,09; 95% CrI −0,04 tot 0,22), met een lage kans dat dat verschil zelfs maar klein is (p = 0,450).
Gezonde volwassenen die krachttraining doen, in studies waarin alle overige trainingsvariabelen gelijk waren gehouden.
Veertien studies die tempo's van ongeveer één seconde vergeleken met tempo's van ongeveer 3,5 seconde per herhaling.
Onder specifieke omstandigheden kunnen er wél verschillen ontstaan; de zekerheid van de schattingen verschilde per deelanalyse.
Tempo is geen knop waar veel spiergroei achter zit. Rustig en gecontroleerd bewegen blijft in de begeleiding staan om andere redenen; om spiergroei uit te lokken is het voorschrijven van een precies tempo niet nodig.
Systematische review met bayesiaanse meta-analyse
Subgroepanalyses naar spieractie (excentrisch of concentrisch), lichaamsregio (boven- of onderlichaam) en trainen tot falen gaven triviale tot kleine effecten, met per analyse wisselende zekerheid. De tijdschriftuitgave dateert van december 2025; de publicatie is op 8 september 2026 in PubMed opgenomen.
Deze informatie is algemene educatie over wetenschappelijk onderzoek. Ze is geen persoonlijk medisch advies en vervangt geen diagnose of behandeling door een arts of andere zorgprofessional. Heeft u klachten, een aandoening of gebruikt u medicatie, overleg dan eerst met uw huisarts of behandelaar voordat u uw training of voeding aanpast.